1
zelfstandig naamwoord[C]
een reiziger; een persoon die reist, vooral voor zijn plezier, om te verkennen of over een aanzienlijke afstand
keliáutojas
Uitspraak
Etymologie
Agentief zelfstandig naamwoord gevormd van het Litouwse keliauti „reizen” met het achtervoegsel -tojas, dat een persoon aanduidt die een handeling verricht.
Voorbeelden
Keliautojas laukė traukinio stotyje.
Keliáutojas láukė tráukinio stotýje.
De reiziger wachtte op de trein op het station.
Patyręs keliautojas visada pasiima žemėlapį.
Patýręs keliáutojas vísada pasiíma žemė́lapį.
Een ervaren reiziger neemt altijd een kaart mee.
Kiekvienas keliautojas turi gerbti vietos papročius.
Kiẽkvienas keliáutojas tùri gérbti viẽtos papróčius.
Elke reiziger moet de plaatselijke gebruiken respecteren.
Synoniemen
Collocaties
AI-gegenereerd