1
zelfstandig naamwoord[C]
Een muts of pet; een hoofddeksel dat wordt gedragen voor warmte, bescherming of versiering.
kepu'rė
Uitspraak
Etymologie
Inherited Baltic word, related to Latvian cepure ‘hat, cap’.
Voorbeelden
Jis užsidėjo šiltą kepurę.
Jis užsi'dėjo 'šiltą kepu'rę.
Hij zette een warme muts op.
Vaikas pametė kepurę parke.
'Vaikas pa'metė kepu'rę 'parke.
Het kind verloor de muts in het park.
Prie durų kabojo kelios kepurės.
Prie 'durų ka'bojo 'kelios kepu'rės.
Bij de deur hingen meerdere mutsen.
Synoniemen
Collocaties
AI-gegenereerd