1
zelfstandig naamwoord[C]
Een emmer: een open bak met een handvat, gebruikt om vloeistoffen, zand, bessen en soortgelijke materialen te dragen.
kibíras
Uitspraak
Voorbeelden
Prie šulinio stovėjo kibiras vandeniui semti.
Prie šulínio stovė́jo kibíras vandéniui sémti.
Er stond een emmer bij de put om water te putten.
Į kibirą pripyliau šalto vandens.
Į kibírą pripýliau šálto vandéns.
Ik deed koud water in de emmer.
Collocaties
AI-gegenereerd