1
zelfstandig naamwoord[C]; meestal in het meervoud gebruikt
sokken; gebreide of geweven kledingstukken die aan de voeten worden gedragen, meestal in schoenen
ko'jinės
Uitspraak
Etymologie
Afgeleid van het Litouwse koja “been, voet” met het achtervoegsel -inė, dat verwijst naar iets dat met de voet of het been verband houdt.
Voorbeelden
Mano kojinės yra šiltos.
'Mano ko'jinės yra 'šiltos.
Mijn sokken zijn warm.
Nusipirkau naujas kojines.
Nusi'pirkau 'naujas ko'jines.
Ik heb nieuwe sokken gekocht.
Vaikas pametė vieną kojinę.
'Vaikas pa'metė 'vieną ko'jinę.
Het kind verloor één sok.
Synoniemen
Collocaties
vilnonės kojinės
šiltos kojinės
sportinės kojinės
mūvėti kojines
pora kojinių
AI-gegenereerd