1
bijvoeglijk naamwoordmannelijk nominatief enkelvoud; vrouwelijk: komunikabili; vergrotende trap: komunikabilesnis; overtreffende trap: komunikabiliausias
Sociaal en in staat gemakkelijk met andere mensen te communiceren; communicatief.
komunikabi'lus
Uitspraak
Etymologie
Een internationale ontlening die uiteindelijk teruggaat op het Latijnse communicabilis, “overdraagbaar, bereid te communiceren”, verwant aan communicare “delen, communiceren”.
Voorbeelden
Jis yra komunikabilus žmogus.
Jis yra komunikabi'lus 'žmogus.
Hij is een sociaal persoon.
Komunikabilus darbuotojas lengviau dirba su klientais.
Komunikabi'lus darbuo'tojas 'lengviau 'dirba su klien'tais.
Een communicatieve werknemer kan gemakkelijker met klanten werken.
Mokytojas turėtų būti komunikabilus ir kantrus.
Moky'tojas tu'rėtų 'būti komunikabi'lus ir 'kantrus.
Een leraar zou communicatief en geduldig moeten zijn.
Synoniemen
Antoniemen
Collocaties
AI-gegenereerd