1
zelfstandig naamwoord[C, U]
contact; toestand of handeling van aanraken, ontmoeten, communiceren of onderhouden van relaties met iemand of iets.
kontáktas
Uitspraak
Etymologie
An international borrowing, ultimately from Latin contactus ‘touching, contact’, from contingere ‘to touch’.
Voorbeelden
Po ilgos pertraukos jie vėl užmezgė kontaktą.
Po ílgos pertráukos jie vėl užmézgė kontáktą.
Na een lange onderbreking namen ze weer contact op.
Gydytojas patarė vengti tiesioginio kontakto su sergančiais žmonėmis.
Gydýtojas patárė véngti tiesiogínio kontákto su sérgančiais žmonėmis.
De arts adviseerde direct contact met zieke mensen te vermijden.
Synoniemen
Antoniemen
Collocaties
AI-gegenereerd