1
uitdrukking[C]
Een doopvader; een man die een kind bij de doop ondersteunt en traditioneel een rol heeft in de religieuze of morele opvoeding van het kind.
'krikšto 'tėvas
Uitspraak
Etymologie
Letterlijk „vader van de doop”, van het Litouwse krikštas „doop” en tėvas „vader”.
Voorbeelden
Mano krikšto tėvas per Velykas atvyko į svečius.
Mano 'krikšto 'tėvas per 'Velykas at'vyko į 'svečius.
Mijn dooppeter kwam met Pasen op bezoek.
Per krikštynas krikšto tėvas laikė kūdikį ant rankų.
Per 'krikštynas 'krikšto 'tėvas 'laikė 'kūdikį ant 'rankų.
Tijdens de doop hield de dooppeter de baby in zijn armen.
Synoniemen
Collocaties
AI-gegenereerd