1
zelfstandig naamwoord[C; meervoud]
trappen; een trap of een trapopgang om tussen niveaus omhoog of omlaag te gaan
laíptai
Uitspraak
Etymologie
Afgeleid van het Litouwse lipti, wat „klimmen” betekent, met een zelfstandig-naamwoordvormend achtervoegsel.
Voorbeelden
Laiptai veda į antrą aukštą.
Laíptai véda į ántrą áukštą.
De trappen leiden naar de tweede verdieping.
Šie laiptai yra statūs.
Šíe laíptai yra statūs.
Deze trappen zijn steil.
Prie įėjimo yra mediniai laiptai.
Prie įėjimo yra medíniai laíptai.
Bij de ingang zijn houten trappen.
Synoniemen
Collocaties
lipti laiptais
leisti laiptais
mediniai laiptai
statūs laiptai
laiptai į rūsį
AI-gegenereerd