1
zelfstandig naamwoord[C]
Een blad van een plant, vooral een plat groen deel dat uit een stengel of tak groeit.
'lapas
Uitspraak
Etymologie
Overgenomen uit het Baltisch; verwant aan Lets lapa, met de betekenis “blad” of “vel”.
Voorbeelden
Rudenį nuo medžio nukrito geltonas lapas.
'Rudenį nuo 'medžio nu'krito gel'tonas 'lapas.
In de herfst viel een geel blad van de boom.
Klevo lapas buvo didelis ir raudonas.
'Klevo 'lapas buvo di'delis ir rau'donas.
Het esdoornblad was groot en rood.
Collocaties
AI-gegenereerd