1
zelfstandig naamwoord[C] vrouwelijk zelfstandig naamwoord
een lamp; een toestel dat licht geeft, vooral een elektrische lamp die binnenshuis wordt gebruikt
lem'pa
Uitspraak
Etymologie
Ontleend uit een Europese bron zoals het Poolse lampa of het Duitse Lampe, uiteindelijk van het Griekse lampás ‘fakkel, lamp’ via het Latijn.
Voorbeelden
Ant stalo stovi lempa.
Ant 'stalo 'stovi lem'pa.
Er staat een lamp op tafel.
Vakare įjungiau lempą prie lovos.
'Vakare į'jungiau 'lempą prie 'lovos.
’s Avonds zette ik de lamp naast het bed aan.
Synoniemen
Collocaties
AI-gegenereerd