1
zelfstandig naamwoord[C, U]; onverbuigbaar
een metro; een stedelijk snelvervoersspoorwegnet, meestal gedeeltelijk of geheel ondergronds
métro
Uitspraak
Etymologie
Ontleend aan Frans métro, verkorting van métropolitain ‘metropolitan railway’.
Voorbeelden
Vilniuje vis dar nėra metro.
Vílniuje vís dár nėrá métro.
In Vilnius is er nog steeds geen metro.
Į darbą ji kasdien važiuoja metro.
Į dárbą jí kasdíen vážiuoja métro.
Ze gaat elke dag met de metro naar haar werk.
Collocaties
AI-gegenereerd