1
werkwoord[T, I]
Een voertuig parkeren; een auto of ander voertuig in een parkeervak of op een toegestane plaats neerzetten of achterlaten.
par'kuoti
Uitspraak
Etymologie
Gevormd in het Litouws met het werkwoordvormende achtervoegsel -uoti, uit de internationale/Engelstalige stam park- die naar het parkeren van voertuigen verwijst.
Voorbeelden
Čia draudžiama parkuoti automobilį.
'Čia drau'džiama par'kuoti auto'mobilį.
Hier is parkeren van een auto verboden.
Vairuotojai privalo parkuoti tik pažymėtose vietose.
Vairuo'tojai pri'valo par'kuoti tik pažy'mėtose vie'tose.
Bestuurders moeten alleen op gemarkeerde plaatsen parkeren.
Collocaties
parkuoti automobilį
parkuoti mašiną
parkuoti aikštelėje
draudžiama parkuoti
parkuoti prie namo
AI-gegenereerd