1
zelfstandig naamwoord[C]
Een bereid voedselproduct; een gerecht of gang die als onderdeel van een maaltijd wordt geserveerd.
pa'tiekalas
Uitspraak
Etymologie
Afgeleid van het Litouwse patiekti, dat „serveren, presenteren” betekent, met het zelfstandig-naamwoordvormende achtervoegsel -alas.
Voorbeelden
Šis patiekalas gaminamas iš bulvių ir grybų.
'Šis pa'tiekalas ga'minamas iš 'bulvių ir 'grybų.
Dit gerecht wordt gemaakt van aardappelen en paddenstoelen.
Restorane paragavome tradicinį lietuvišką patiekalą.
Resto'rane para'gavome tradi'cinį lietu'višką pa'tiekalą.
In het restaurant proefden we een traditioneel Litouws gerecht.
Pagrindinis patiekalas buvo patiektas su šviežiomis daržovėmis.
Pa'grindinis pa'tiekalas buvo pa'tiektas su švie'žiomis daržo'vėmis.
Het hoofdgerecht werd geserveerd met verse groenten.
Collocaties
AI-gegenereerd