1
zelfstandig naamwoord[C]
Een pauze of onderbreking: een korte rustperiode tussen perioden van werk, studie of een andere activiteit.
per'trauka
Uitspraak
Etymologie
Afgeleid van het Litouwse pertraukti, dat ‘onderbreken, afbreken’ betekent, met het zelfstandig-naamwoordvormende achtervoegsel -a.
Voorbeelden
Po dviejų pamokų prasidėjo pertrauka.
Po dviejų 'pamokų prasidėjo per'trauka.
Na twee lessen begon de pauze.
Padarykime trumpą pertrauką.
Padarykime 'trumpą per'trauką.
Laten we een korte pauze nemen.
Antoniemen
Collocaties
AI-gegenereerd