1
zelfstandig naamwoord[C]
een man, vooral iemand die beleefd of respectvol wordt aangesproken; een heer
'ponas
Uitspraak
Etymologie
Ontleend aan een Slavische bron, uiteindelijk verwant aan het Poolse pan ‘heer, meester, mijnheer’.
Voorbeelden
Tas ponas laukia prie durų.
Tas 'ponas 'laukia prie 'durų.
Die heer wacht bij de deur.
Prie stalo sėdėjo nepažįstamas ponas.
Prie 'stalo 'sėdėjo nepa'žįstamas 'ponas.
Aan de tafel zat een onbekende heer.
Synoniemen
Collocaties
AI-gegenereerd