1
zelfstandig naamwoord[C]
Een portie eten of drinken; de hoeveelheid die aan één persoon wordt geserveerd.
'porcija
Uitspraak
Etymologie
Ontleend aan het Poolse porcja of via andere Europese talen, uiteindelijk uit het Latijn portio ‘deel, aandeel’.
Voorbeelden
Užsisakiau porciją sriubos.
Užsi'sakiau 'porciją 'sriubos.
Ik heb een portie soep besteld.
Vaikui užteko vienos porcijos košės.
'Vaikui už'teko 'vienos 'porcijos 'košės.
Voor het kind was één portie pap genoeg.
Collocaties
AI-gegenereerd