1
werkwoord[T]
voor een persoon, dier of plek zorgen, of daar de verantwoordelijkheid voor dragen
prižiū'rėti
Uitspraak
Etymologie
Formed from the prefix pri- and žiūrėti “to look, to watch.”
Voorbeelden
Man reikia prižiūrėti mažą vaiką.
Man rei'kia prižiū'rėti 'mažą 'vaiką.
Ik moet op een klein kind passen.
Ji sutiko prižiūrėti mūsų šunį savaitgalį.
Ji su'tiko prižiū'rėti 'mūsų 'šunį savait'galį.
Ze stemde ermee in om in het weekend op onze hond te passen.
Collocaties
AI-gegenereerd