1
zelfstandig naamwoord[C]
Een probleem, moeilijkheid of obstakel dat moet worden aangepakt of opgelost.
pro'blema
Uitspraak
Etymologie
Een internationale ontlening, uiteindelijk uit Grieks problēma ‘opgave, hindernis, iets dat wordt voorgelegd’, via Latijn problema en andere Europese talen.
Voorbeelden
Tai rimta problema mūsų miestui.
Tai 'rimta pro'blema 'mūsų 'miestui.
Dit is een ernstig probleem voor onze stad.
Mokytoja paaiškino matematikos problemą.
Moky'toja pa'aiškino mate'matikos pro'blemą.
De lerares legde het wiskundeprobleem uit.
Antoniemen
Collocaties
AI-gegenereerd