1
zelfstandig naamwoord[C]; vrouwelijk zelfstandig naamwoord; genitief enkelvoud stoties, nominatief meervoud stotys
een station: een plaats waar treinen, bussen of andere vormen van vervoer stoppen en passagiers of goederen worden afgehandeld
sto'tis
Uitspraak
Etymologie
Afgeleid van het Litouwse stoti, dat „staan, stoppen, tot stilstand komen” betekent.
Voorbeelden
Traukinių stotis yra netoli centro.
Trau'kinių sto'tis yra ne'toli 'centro.
Het treinstation ligt dicht bij het stadscentrum.
Autobusų stotis dirba visą parą.
Auto'busų sto'tis 'dirba 'visą 'parą.
Het busstation is dag en nacht open.
Synoniemen
Collocaties
AI-gegenereerd