1
zelfstandig naamwoord[C, U]
Een toestand van mentale of emotionele spanning, veroorzaakt door druk, moeilijkheden, gevaar of buitensporige eisen; stress.
'stresas
Uitspraak
Etymologie
Ontleend aan het Engelse stress, uiteindelijk uit het Oudfranse estrece, verwant aan het Latijn strictus, met de betekenis ‘gespannen, samengeperst’.
Voorbeelden
Stresas gali pakenkti sveikatai.
'Stresas 'gali pa'kenkti svei'katai.
Stress kan schadelijk zijn voor de gezondheid.
Darbe patiriu daug streso.
'Darbe pa'tiriu daug 'streso.
Ik ervaar veel stress op het werk.
Po egzamino stresas pamažu atslūgo.
Po eg'zamino 'stresas pa'mažu at'slūgo.
Na het examen ebde de stress langzaam weg.
Synoniemen
Antoniemen
Collocaties
AI-gegenereerd