1
zelfstandig naamwoord[U] onbepaald
boter; een zacht geel zuivelproduct dat wordt gemaakt door room te karnen en dat als smeersel of bij het koken wordt gebruikt
'sviestas
Uitspraak
Etymologie
Van het Litouwse sviesti in de oudere betekenis die verband houdt met uitsmeren of insmeren; verwant aan het zelfstandig naamwoord dat een smeerbare dierlijke vetstof betekent.
Voorbeelden
Ant duonos tepiau sviestą.
'Ant 'duonos 'tepiau 'sviestą.
Ik smeerde boter op het brood.
Sviestas ištirpo keptuvėje.
'Sviestas iš'tirpo keptu'vėje.
De boter smolt in de koekenpan.
Synoniemen
Collocaties
AI-gegenereerd