1
bijvoeglijk naamwoordadjective; masculine nominative singular
Schoon, netjes en goed op orde gehouden.
'tvarkingas
Uitspraak
Etymologie
Derived from Lithuanian tvarka, meaning “order, arrangement,” with the adjectival suffix -ingas.
Voorbeelden
Mano kambarys visada tvarkingas.
'Mano 'kambarys vi'sada 'tvarkingas.
Mijn kamer is altijd netjes.
Ji yra labai tvarkinga mokinė.
Ji yra 'labai 'tvarkinga mo'kinė.
Zij is een heel nette leerlinge.
Synoniemen
Antoniemen
Collocaties
AI-gegenereerd