1
zelfstandig naamwoordZintuigorganen voor het zien; meervoud van oog.
á-cis
Uitspraak
Voorbeelden
Viņai ir zilas acis.
Ví-ņai ir zí-las á-cis.
Ze heeft blauwe ogen.
AI-gegenereerd
Laden...
á-cis
ogen
1
zelfstandig naamwoordZintuigorganen voor het zien; meervoud van oog.
á-cis
Uitspraak
Voorbeelden
Viņai ir zilas acis.
Ví-ņai ir zí-las á-cis.
Ze heeft blauwe ogen.
AI-gegenereerd