1
voornaamwoordKomt ook voor in de vorm 'jiena'.
Persoonlijk voornaamwoord van de eerste persoon enkelvoud; de spreker.
/jiːn/
Uitspraak
Voorbeelden
Jien immur ix-xogħol kuljum.
Ik ga elke dag naar mijn werk.
Jien u int ħbieb.
Jij en ik zijn vrienden.
Synoniemen
AI-gegenereerd