1
werkwoord[T]
formeel
Van iemand of iets houden; diepe genegenheid voelen voor iemand of iets.
Uitspraak
Etymologie
Uit het Nederlandse lief (“dierbaar, geliefd”) + hebben (“hebben”), letterlijk “dierbaar houden”.
Voorbeelden
Zij blijft haar grootouders liefhebben.
Je kunt iemand liefhebben zonder het altijd eens te zijn.
Synoniemen
Antoniemen
Collocaties
iemand liefhebben
elkaar liefhebben
God liefhebben
je naaste liefhebben
AI-gegenereerd