1
werkwoordVerleden tijd van ‘zijn’; bestond of bevond zich.
'var
Uitspraak
Voorbeelden
Jeg var trøtt i går.
'Jeg 'var 'trøtt i 'går.
Ik was gisteren moe.
AI-gegenereerd
Laden...
'var
was
1
werkwoordVerleden tijd van ‘zijn’; bestond of bevond zich.
'var
Uitspraak
Voorbeelden
Jeg var trøtt i går.
'Jeg 'var 'trøtt i 'går.
Ik was gisteren moe.
AI-gegenereerd
2
bijwoordvragend bijwoord van plaats
'var
Uitspraak
Voorbeelden
Var bor du?
'Var 'bor du?
Waar woon je?
AI-gegenereerd