1
zelfstandig naamwoordGebouw of appartement waar men woont; het thuis.
'casa
Uitspraak
Voorbeelden
Chego em casa às sete da noite.
'Chego em 'casa às 'sete da 'noite.
Ik kom om zeven uur 's avonds thuis.
A nossa casa tem um quintal enorme.
A 'nossa 'casa tem um quin'tal e'norme.
Ons huis heeft een enorme achtertuin.
Synoniemen
AI-gegenereerd