1
werkwoordDerde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van het werkwoord ‘hebben’; drukt bezit of bestaan uit.
íma
Uitspraak
Voorbeelden
On ima veliko hišo.
Hij heeft een groot huis.
Ima dovolj časa.
Er is genoeg tijd.
AI-gegenereerd
Laden...
íma
heeft
1
werkwoordDerde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van het werkwoord ‘hebben’; drukt bezit of bestaan uit.
íma
Uitspraak
Voorbeelden
On ima veliko hišo.
Hij heeft een groot huis.
Ima dovolj časa.
Er is genoeg tijd.
AI-gegenereerd