1
voorzetselGeeft bedoeling, nut, een tijdsperiode of doel aan.
zá
Uitspraak
Voorbeelden
Ovo je poklon za tebe.
Dit is een cadeau voor jou.
Radim za bolju budućnost.
Ik werk voor een betere toekomst.
AI-gegenereerd
Laden...
zá
voor
1
voorzetselGeeft bedoeling, nut, een tijdsperiode of doel aan.
zá
Uitspraak
Voorbeelden
Ovo je poklon za tebe.
Dit is een cadeau voor jou.
Radim za bolju budućnost.
Ik werk voor een betere toekomst.
AI-gegenereerd