1
voornaamwoordDerde persoon meervoudig voornaamwoord; verwijst naar meer dan één persoon of ding.
dóm
Uitspraak
Voorbeelden
De är hemma.
Dóm e hémma.
Ze zijn thuis.
AI-gegenereerd
Laden...
dóm
zij/ze
1
voornaamwoordDerde persoon meervoudig voornaamwoord; verwijst naar meer dan één persoon of ding.
dóm
Uitspraak
Voorbeelden
De är hemma.
Dóm e hémma.
Ze zijn thuis.
AI-gegenereerd
2
determinatorLidwoord in de meervoudsvorm.
dóm
Uitspraak
Voorbeelden
De stora husen är gamla.
Dóm stóra húsen e gámla.
De grote huizen zijn oud.
AI-gegenereerd