1
voornaamwoord'ik'-zetsel in bezittelijke vorm; een bezittelijk voornaamwoord van de eerste persoon enkelvoud dat aangeeft dat iets aan iemand toebehoort.
bénim
Uitspraak
Voorbeelden
Bu benim arabam.
Bú bénim arabám.
Dit is mijn auto.
Kalem benim.
Kalém bénim.
De pen is van mij.
AI-gegenereerd