1
zelfstandig naamwoord[C]
een kledingstuk voor buiten, zoals een jas, een jack of ander bovenkledingstuk dat over de kleren wordt gedragen
wài tào
Uitspraak
Etymologie
Compound of 外, “outer; outside,” and 套, “cover; set; layer,” literally “outer covering.”
Voorbeelden
我把外套挂在门后。
wǒ bǎ wài tào guà zài mén hòu
Ik hing mijn jas achter de deur.
今天很冷,出门要穿外套。
jīn tiān hěn lěng chū mén yào chuān wài tào
Het is vandaag erg koud; trek een jas aan als je naar buiten gaat.
这件外套多少钱?
zhè jiàn wài tào duō shǎo qián
Hoeveel kost deze jas?
Tekenanalyse
外
wài
outside; outer
套
tào
cover; layer; set
Collocaties
AI-gegenereerd