1
werkwoord[T, I]
jaloezie of afgunst voelen jegens iemand of iets
jídù
Uitspraak
Etymologie
A compound of 嫉 and 妒, both meaning to envy or be jealous.
Voorbeelden
她嫉妒朋友的成功。
tā jídù péngyou de chénggōng
Zij is jaloers op het succes van haar vriendin.
别嫉妒别人的好运,自己努力就好。
bié jídù biérén de hǎo yùn, zìjǐ nǔlì jiù hǎo
Wees niet jaloers op het geluk van anderen; werk gewoon zelf hard.
他很嫉妒同事得到升职。
tā hěn jídù tóngshì dédào shēngzhí
Hij was erg jaloers dat zijn collega promotie kreeg.
Tekenanalyse
嫉
jí
to envy; to resent
妒
dù
to be jealous
Collocaties
AI-gegenereerd