1
名词[C]
在两顿正餐之间吃的一小份食物。
snáck
发音
词源
Borrowed from English “snack”; related historically to Dutch “snakken” in the sense of snapping or biting.
例句
Ik neem een snack voor onderweg.
Ík néém een snáck voor ónderweg.
我会带点零食路上吃。
Fruit is een gezonde snack.
Frúit is een gezónde snáck.
水果是一种健康的零食。
搭配
een gezonde snack
een snelle snack
een snack nemen
een snack eten
AI 生成