1
名詞[C]
褲子;一種從腰部穿到下身、兩條腿各自分開包覆的衣物
bróek
發音
詞源
源自中古荷蘭語 broec,最終來自一個日耳曼語詞,意為「馬褲」或「腿部覆蓋物」。
例句
Ik draag vandaag een blauwe broek.
Ík dráag vandáag een bláuwe bróek.
我今天穿著一條藍色褲子。
Zijn broek zit te strak.
Zíjn bróek zít te strák.
他的褲子太緊了。
Ze kocht een nieuwe broek voor haar werk.
Zé kócht een níeuwe bróek voor háar wérk.
她為工作買了一條新褲子。
搭配
een broek dragen
een broek aantrekken
een broek uittrekken
een nieuwe broek
een strakke broek
AI 生成