1
動詞[T, I]; past tense hielp, past participle geholpen
幫助或協助某人;使某人做某事更容易。
hélpen
發音
詞源
From Middle Dutch helpen, from Proto-Germanic; cognate with English help and German helfen.
例句
Kun je me helpen met deze doos?
Kún je me hélpen met déze dóos?
你能幫我搬這個箱子嗎?
Zij helpt haar broer met zijn huiswerk.
Zíj hélpt haar bróer met zijn húiswerk.
她幫她哥哥做功課。
搭配
AI 生成