1
名詞[C]
窗戶;牆壁、車輛或其他結構上的開口,裝有玻璃,尤其用來透進光線或空氣。
ráam
發音
詞源
源自中古荷蘭語 rame,意為「框架、構造、窗框」;與德語 Rahmen「框架」同源。
例句
Ik deed het raam open.
Ik dééd het ráam ópen.
我把窗戶打開了。
Er zit een barst in het raam.
Er zít een bárst in het ráam.
窗戶上有一道裂痕。
搭配
het raam openzetten
door het raam kijken
een raam sluiten
een raam lappen
AI 生成