Laden...
English · 1.511 woorden beschikbaar
Zoeken…
Op letter zoeken
I
/aɪ/
ik
Het persoonlijk voornaamwoord in de eerste persoon enkelvoud, gebruikt door een spreker of schrijver om naar zichzelf te verwijzen.
be
/biː/
To exist or live; used as a linking verb to connect a subject with a description or identity.
of
/əv/
van
Het uitdrukken van de relatie tussen een deel en een geheel, of van bezit en verband.
in
/ɪn/
in
Drukt uit dat iets zich binnen iets anders bevindt of daardoor omgeven is.
and
/ænd/
en
Gebruikt om woorden, woordgroepen of zinnen van gelijke grammaticale rang te verbinden.
the
/ðə/
Used before a noun to refer to a specific or previously mentioned person, place, or thing.
not
/nɒt/
niet
Gebruikt om een woord, woordgroep of zin te ontkennen.
a
/eɪ/
een
Het onbepaalde lidwoord, gebruikt vóór een zelfstandig naamwoord in het enkelvoud om naar een willekeurig exemplaar van iets te verwijzen.
have
/hæv/
hebben
Bezitten, hebben of vasthouden; ook gebruikt als hulpwerkwoord om voltooide tijden te vormen.
that
/ðæt/
dat
Gebruikt om een specifieke persoon of zaak aan te duiden die door de spreker wordt gezien of gehoord.