Laden...
100 woorden beschikbaar
Zoeken…
Op letter zoeken
la
/la/
de/het
Bepaald lidwoord, gebruikt vóór een zelfstandig naamwoord om aan te geven dat het om iets bekends of al genoemde gaat; het verandert niet naar getal of naamval.
de
/de/
van
Voorzetsel dat bezit, oorsprong, vertrek of de handelende persoon in een lijdende zin aangeeft.
esti
/ˈes.ti/
Ekzisti; havi ian econ aŭ staton; troviĝi en iu loko.
ne
/ne/
niet
Woord dat ontkenning of afwijzing uitdrukt; het gaat in tegen de bewering van de zin.
mi
/mi/
Persona pronomo de la unua persono singulara, per kiu la parolanto indikas sin mem.
vi
/vi/
jij/u
Persoonlijk voornaamwoord van de tweede persoon, gebruikt voor één of meer personen tot wie men spreekt.
en
/en/
Prepozicio, kiu montras troviĝon interne de io aŭ tempon, dum kiu io okazas.
kaj
/kaj/
Konjunkcio, kiu kunligas du aŭ pli da vortoj, frazpartoj aŭ frazoj samspecaj.
al
/al/
Prepozicio, kiu montras direkton aŭ celon de ago, ofte la ricevanton.
li
/li/
Persona pronomo de la tria persono singulara, uzata por vira estaĵo.